Nederlands rundvlees komt voor het overgrote deel (95%) van koeien uit de zuivelbranche, dus van speciaal voor het geven van melk gefokte rassen zoals Holstein-Frisian koe (zwartbont) en het dubbeldoel MRIJ-ras (roodbont). In feite is het vlees bijproduct, als een melkkoe geslacht wordt. Er zijn echter ook talloze runderrassen die specifiek voor het vlees gefokt zijn, zoals de Belgisch witblauwe koe, de Limousin, de Piemontese en de Hereford.
De koeien die wij houden zijn van het ras Black Angus, ook wel Aberdeen Angus genoemd. Aberdeen Angus is een rundveeras dat in de 19e eeuw in het oosten van Schotland is gefokt. De runderen zijn hoornloos en hebben korte benen (schofthoogte van circa 130cm). De meeste Angus-runderen zijn zwart, de Black Angus, al bestaan er ook rode runderen, de Red Angus. Met name in de Verenigde Staten worden veel Aberdeen Angus-runderen gehouden voor hun vlees. Angus-runderen staan bekend om hun gemoedelijke karakter en hun vermogen te kunnen opgroeien op schrale gronden. Het ras staat dicht bij de natuur en gedijt het best in natuurgebieden waar een grote variëteit aan kruiden- en grassoorten te vinden is. Omdat de dieren weinig voeding nodig hebben, nemen ze snel in massa toe wanneer ze worden “vetgemest”. (bron: wikipedia)
Angus-marmering
De belangrijkste reden voor het wereldwijde succes van het Angus-ras is de uitzonderlijke kwaliteit van het vlees. Restaurants zetten het graag op de menukaart. Dit hangt samen met de “marmering” van het vlees: dunne lijntjes vet die door het vlees lopen. Vet heeft de eigenschap dat het smaak vasthoudt, wat het zo lekker maakt. Hiermee is het vergelijkbaar met vlees van het Wagyu-rund, dat nog iets vetter is. (bron: wikipedia)
Van de website vlees.nl:
In veel restaurants staat bij het rundvlees of bijvoorbeeld ook de hamburgers, dat het ‘Black Angus’ is. Dat is niet zozeer een speciaal soort vlees, maar wel een speciaal runderras, dat veel goed vlees geeft en in de markt dus staat voor extra kwaliteit.
Nederlands rundvlees komt voor het overgrote deel van melkkoeien van rassen zoals Fries-Hollands zwartbont en roodbont, MRIJ, Holsteiner e.a. Er zijn echter ook talloze runderrassen die specifiek voor het vlees gehouden worden. Bekende namen zijn onder meer de Limousin, de Hereford, de Galloway, de Charolais, de Lakenfelders, de Chianina of de Wagyu.
Black Angus of Aberdeen Angus
En dan is er dus de Black Angus, wat de bekendste telg is van het ras dat feitelijk de Aberdeen Angus heet en onder meer een rode en een zwarte variant heeft.
Kenmerken Aberdeen (Black) Angus
De Aberdeen (Black) Angus staat bekend als een makkelijk dier met een goed karakter. De moeder zal haar kalf nooit afstoten en met haar leven beschermen. Dat dan wel. De dieren worden ingezet voor begrazing van (Schotse) natuurgebieden en blijven dan de hele winter buiten, waar ze wel bijgevoerd worden.
Het zijn forse dieren, die tot 1.30 meter schofthoogte kunnen groeien en zeer stevige poten hebben. De Aberdeen (Black) Angus staat bekend om zijn heerlijke vlees met een optimale marmering.
Onze Black Angus-koeien blijven het hele jaar door buiten in de wei. Zodra de grasgroei minder wordt, worden de koeien bijgevoerd met zelfgewonnen hooi. Zowel het gras als het hooi is zeer kruidenrijk, zonder kunstmest geproduceerd, zodat de koeien gevarieerd eten; natuurinclusieve landbouw. We voeren enkel zelfgeoogst hooi aan onze dieren. Dit hooi is van goede kwaliteit en zoals al gezegd kruidenrijk. Veel van ons hooi komt van beheersgronden in de uiterwaarden van de IJssel, waar het gemaaid wordt volgens de principes van Natuurmonumenten: niet het hele perceel wordt ineens gemaaid, maar stroken blijven staan zodat dieren (vogels, amfibieën enz) een schuilplek houden. Omdat we enkel eigen gras en hooi voeren, en geen gecertificeerd biologisch (kracht)voer, mag ons bedrijf niet biologisch heten. Ons vlees is wel duurzaam en een gezonde keuze!





